Home » Uncategorized » Schoonheid en ouderdom

Schoonheid en ouderdom

De afgelopen dagen maakte ik driemaal een foto van dezelfde roos.

De eerste foto is genomen, terwijl de schoonheid van de bloem op zijn hoogtepunt was. Door het gebroken wit schijnen tinten van zachtgeel heen, of is het lichtroze? De zorgvuldig om elkaar heen gewonden rozenbladeren, die zich in al hun zachtheid tonen, lijken iets kostbaars te verpakken.
Hier heeft de bloem zich geopend. Inderdaad ging er iets schuil achter de schoonheid. Een woud van meeldraden. Maar ook zij staan op hun beurt om iets heen, dat zich in het hart van de roos bevindt.
De derde opname van de bloem lijkt op het eerste gezicht ontluisterend. Alle schoonheid is inmiddels teloor gegaan. De eens zo prachtige bladeren kleuren bruin aan de randen, rafelen al. Er ontbreken zelfs bladeren. De meeldraden hangen er triest en krachteloos bij.
Beeld van vergankelijkheid…

Of mogen we er het tegenovergestelde in zien? Waren de bladeren inderdaad verpakking? Was de schoonheid geen doel in zichzelf, maar een tijdelijke fase, meer een middel? Wordt het – weliswaar mooie – cadeaupapier van de bloem afgehaald, en komt er iets aan het licht, waar het werkelijk om gaat?
De vrucht, het diepe doel van deze bloem?

Kijk eens goed naar wat er in het hart van deze bloem voor kostbaars begint te verschijnen.

Deze beelden roepen vragen op.
Hoe denken wij eigenlijk over schoonheid en bloei?
Doel in zichzelf, dat voor altijd behouden moet blijven?
En hoe staan we tegenover ouderdom?
Een liefst te vermijden periode van aftakeling?
Of juist ook doel: een tijd van oogst en vruchten?

Psalm 92 (berijmd, vers 7b en 8) zingt het zo:

Die in Gods huis geplant zijn, zij bloeien in Gods licht
als palmen opgericht, hun lot zal in zijn hand zijn
.

Zij zullen vruchten dragen, voor ‘s Heren heiligdom
tot in hun ouderdom, tot in hun grijze dagen.
Welsprekend is hun leven: God is hun heil, hun rots!
Ik loof de daden Gods, zijn recht is hoog verheven.