Home » Uncategorized » Wie mag er mee naar engelland varen?

Wie mag er mee naar engelland varen?

kerkjecalaisWitte zwanen, zwarte zwanen
wie gaat er mee naar Engeland varen?
Engeland is gesloten
de sleutel is gebroken.
Is er dan geen timmerman
die de sleutel maken kan?
Laat doorgaan
laat doorgaan
wie achter is moet voorgaan!
Dit bekende liedje heeft tegenwoordig helaas een maar al te schrijnende bijsmaak.
Ik kan het niet los meer zien van de duizenden rond Calais kamperende vluchtelingen, die alles gezet hebben op de oversteek naar Engeland.
Maar wat voor Engeland geldt (dat in de ogen van velen een soort engelland, een beloofde land, lijkt), geldt tevens voor een groot deel van Europa: het  is gesloten…

En de situatie is zo dubbel.Een persoonlijk voorbeeld:
vorig jaar maakten wij (nota bene op vakantie vlakbij Calais) de oversteek wél, voor 19,- als gezin, met auto en al, voor een ‘dagje Engeland’.

Met de kennis van nu durf je dat met goed fatsoen bijna niet weer te doen.
Het voelt zo onrechtvaardig, zo machteloos tegelijk.
Europa, Engeland: open voor ons, potdicht voor vele anderen.
En de vraag komt op, nu de complexe situatie zo gesloten, muurvast zit:

Is er dan geen timmerman, die de sleutel maken kan?

Bij het woord timmerman in dit oude kinderliedje kun je natuurlijk in de eerste plaats denken aan Jezus, de timmerman van Nazareth,
die voor ons mensen de weg naar het engelland, de hemel, geopend heeft door zijn dood en opstanding.
Een onbereikbare bestemming zomaar bereikbaar, zonder onderscheid des persoons!
Maar hoe zit het dan met het ”engelland” dat de vele vluchtelingen op aarde zoeken te bereiken?
En hoe zit het dan met de leerlingen van deze Timmerman?
Waar is het op het christendom gestoelde Europa?
Europa lijkt de sleutel inderdaad kwijt om met deze alsmaar complexer geworden situatie om te gaan.
Alle prachtige kerken en kathedralen ten spijt…
Tegelijk blijken er toch wél sleutels te bestaan!
Er verrijst zomaar een kerkje in ‘The Jungle’. (lees hier hierover een indrukwekkend artikel!)
Een teken van de Timmerman?
Dat eens waar zal zijn, waarmee het lied eindigt?
Wie achter is, moet voorgaan!
Ondertussen geeft het mij veel te denken.
Ik voel ons aan de kant van de rijke Lazarus, terwijl de arme man aan onze voeten kampeert cq. crepeert.
Ik denk ook aan het boek Genesis, waar het over Sodom en Gomorra gaat.
Bij het schrijven van mijn Genesis – een bijbels dagboek heb ik geleerd dat het bij Gods boosheid over deze steden niet zozeer ging om allerlei vermeende zonde op het seksuele vlak (zoals het vaak uitgelegd wordt),
maar om het feit dat men de zwakke liet vallen.
De ongastvrijheid van de steden – die wordt door God hoog opgenomen.
Luister ook naar de profeet Ezechiël, sprekend tot Israël (16:49/50):
Zie, dit was
de ongerechtigheid van je zuster Sodom:
trots, omdat er brood zát was
en tevredenheid over het kalme leven
was het bij haar en haar dochters,
de hand van een gebogene of arme
pakte ze nooit vast;

Ze bleven op veilige hoogte
en deden daarmee iets gruwelijks
voor mijn aanschijn
dus deed ik hen weg
zodra ik dat had gezien”
Dát is het beeld dat Ezechiël schetst:
een samenleving die onaangedaan blijft,
zich niet verroert terwijl er volop ellende om hen heen en in hun midden was.
De vraag komt daarmee bij mij op of wij het misschien ook zijn die op veilige hoogte blijven,
terwijl we af zouden moeten dalen tot daar waar de nood is:
zou dat niet de kernvraag moeten zijn van onze nationale en Europese politiek nu?
Niet de vraag: ”worden wij misschien bedreigd als we onze harten en poorten openen?”
Maar de vraag: ”hoe kunnen wij elkaar helpen?”
 
Je proeft in ieder geval in de woorden van Ezechiël hoe het God ráákte toen Hij zag hoe hard de mens blijkbaar kon zijn:
onaangedaan voortlevend, zich niets aantrekkend van andermans nood.
En dat terwijl de boten kapseizen en de mensen bij honderden verdrinken.
En dat terwijl er een ”Jungle” is bij Calais.
Ik bespeur het ook in onze samenleving.
Ook bij mezelf, misschien ook wel omdat het leed té groot is, en je er niets tegen lijkt te kunnen doen.
Een instinctieve reaktie is dan om maar niet te bewegen, want ”je kunt toch niets beginnen”.
Maar: hoe ”begrijpelijk” misschien in onze ogen:
God snapt het niet.
Hij is zo anders.Hij liet zich immers niet verlammen door ons donker.
Hij daalde af.
Ons probleem werd zijn probleem.
De Timmerman nam onze sores op zich.
Hij stierf voor ons.
En gaf ons de sleutel.
Het kerkje van Calais is voor mij hier het teken van.
Dat Hij er ís!
Daar, bij ”hen”.
Maar ook bij ”ons”.

Ook ons geeft Hij een sleutel om met de problemen om te gaan:
met hart voor de ander.

En tevens de oproep om in beweging te komen.
Misschien eerst maar eens met z’n allen aanhoudend bidden dat wij en onze politiek in Europa in zijn Naam een weg vinden, die verder gaat dan het denken in termen van bedreigingen.
Dat we, uiteraard zonder de nuchterheid uit het oog te verliezen, ons hart laten spreken.
Misschien wel op de manier waarop een kind het laatst het zei:
”Als je de vluchtelingen wél binnenlaat dan is dat toch juist goed, want iedereen krijgt er toch juist werk en kansen bíj? Want er moeten meer scholen komen, meer bakkers, enzovoort! En het is toch mooi om met allemaal verschillende mensen samen te leven?.”
Dat zegt het kind.
De volwassene ziet veelal enkel de bezwaren.

Wat zou het mooi zijn als hier een goede weg in gevonden kon worden.

Dat de slotregel van het liedje het motto van Europa zou worden:

Laat doorgaan,
laat doorgaan:
wie achter is, moet voorgaan!