Home » Uncategorized » De Messias leren

De Messias leren

demessiasleren Op mijn bureau ligt dit boek, met zijn prachtige omslag: ”De Messias leren”, van collega Edjan Westerman. De centrale stelling in dit boek is dat de kerk in haar denken veel te los is komen te staan van Israel. Als het er op aankomt blijft Israel vaak ongenoemd (denk bijv. aan de Apostolische Geloofsbelijdenis, waar Israel niet in voorkomt). Naar de overtuiging van Westerman wijst de Bijbel andere lijnen aan. Daarom gaat de auteur op zoek naar een in zijn ogen meer oorspronkelijke en Bijbelse manier van denken.
Hieronder geef ik een beknopt leesverslag bij dit bijzondere boek.

In de eerste plaats geeft Westerman aan, dat de kerk moet leren om Israel niet als een bijzaak, maar als hoofdzaak te zien. Waarom wordt Israel vaak als bijzaak gezien, die in feite passé is? Omdat Israel vaak als een ”intermezzo” wordt opgevat. Het ging God, zo luidt de gangbare visie, aanvankelijk om de universele schepping (de volkeren). Noodgedwongen verscheen Israel ten tonele (vanaf Genesis 12 – met Abram), maar toen later via o.a. de Bijbel en de Messias de volkeren door het goede nieuws bereikt waren, kon Israel weer een stap terug doen.
Hier tegenin toont Westerman (in mijn ogen valide) aan dat Israel reeds volop meedoet en noodzakelijk is vanaf Genesis 1 tot en met de laatste bladzijden van de Bijbel.
Maar Genesis 1 gaat toch over de aarde als geheel?
Westermans antwoord luidt dan dat uiteraard zo is, maar dat het hier al niet kan zónder Israel.
Immers, in Genesis 1 gaat het over ”God”. Wie is Hij? zo zou je je af kunnen vragen als je verder niets van Hem wist. Het gaat bovendien over de sabbat (die je niet kunt begrijpen zonder wat er verder volgt over deze dag als een heilig symbool van de band tussen God en Israel), het gaat over ”zegen” (wat is dat?) en de opdracht voor de mens (hoe luidt deze en hoe geef je die vorm?).
We zien dat er veel vragen worden opgeroepen, die enkel beantwoord worden door de geschriften van Israel.
Israel is dan ook vanaf bladzij één van de Bijbel in beeld als het ”Leerhuis van de wereld”, en staat zo centraal.
Denk ook aan de profetieën die erover spreken dat de volkeren Gods wegen zullen leren vanuit Sion/Jeruzalem, om dit vervolgens in hun eigen context toe te kunnen passen.
En verhaalt ook het slot van Openbaringen niet dat Israel de toegangspoort is tot het nieuw Jeruzalem, waar God woont?

Kortom, de rol van Israel als Leerhuis is voor Westerman een wezenlijke.
Centraal in het boek staat ook de ”8e dag”. De auteur stelt dat de schepping na de 7 dagen niet ”af” is, maar wacht op de ”8e dag”, waarop vanuit de Tora door de mens invulling gegeven moet worden aan hoe alles door God bedoeld is.
De 8e dag komt veel voor in de Bijbel, ook in relatie tot het Messiaanse heil waarop Israel en de volkeren wachten.

Een ander belangrijk concept in het boek is de rol van de priester. Binnen Israel had deze een speciale rol, ook al was tegelijk het hele volk geroepen een ”koninkrijk van priesters” te zijn.
Toch sprong de speciale figuur van de priester er uit en had deze de cruciale rol om de verbindende schakel tussen God en mens te zijn.
Hij vertegenwoordigde God bij het volk en het volk bij God.

Hoe zit dat dan nu? vraagt Westerman zich af.
Nu Jezus als Messias is verschenen, zit dan de rol van het priesterlijke Israel er op? En hoe zit het met de verhouding tussen Israel en de volkeren?
Is dat één nieuw geheel geworden, waarbij de rol van Israel verbleekt?

Op grond van een zorgvuldige studie van het Nieuwe Testament komt Westerman tot de conclusie dat de lijn van het Oude Testament (die in het eerste deel van het boek bestudeerd is) in feite gewoon doorloopt in het Nieuwe Testament: Israel blijft z’n unieke rol behouden.
Van Gods beloftes is niets afgedaan.
Nu zou je zelfs kunnen zeggen dat temidden van de volkeren (die ook hebben mogen toetreden tot het heil van Israels God) Israel het priestervolk is. Israel is en blijft het bijzondere door God uitverkoren volk dat drager is van zijn beloften en geboden, van zijn Tora. De volkeren tot inzicht en heil.

Westerman besteedt in zijn boek ook ruimschoots aandacht aan de rol van de Here Jezus als Messias (die o.a. het oordeel over Israel en de volkeren, die beiden tekortschoten in gehoorzaamheid, wegdroeg). Van zijn centrale rol wordt niets afgedaan.

Ook heeft hij oog voor het Messiasbelijdende Jodendom, de groep Joodse gelovigen die Jezus als Messias erkent en die vaak ‘tussen wal en schip is gevallen’, en noch in synagoge noch in kerk erkenning en aansluiting vond. In dit verband trekt Westerman onder andere een vergelijking met koning David, die de eerste jaren van zijn regering nog niet bij iedereen in Israel erkenning vond, en in Hebron zijn tijdelijke koninkrijk had. Later echter werd zijn koningschap breed erkend en vestigde hij zijn koningschap in Jeruzalem.
Westerman ziet een dergelijk proces zich voltrekken rond de Here Jezus: nu wordt Hij nog slechts door een deel van Israel (h)erkend (en bevindt Hij zich als het ware te Hebron), maar later zal dit, zo is zijn overtuiging, veranderen en zal Hij zijn koningschap vestigen te Jeruzalem, en zal Hij door een ieder (h)erkend worden. Dan zal Hij voor eeuwig op de troon van David regeren.

In het slotdeel van zijn boek roept Westerman de kerk op tot omkeer: naar een nieuwe manier van denken, naar een nieuw verstaanskader van de Schrift, waarbij Israel een centrale plek behoudt.
Hierbij schetst hij een aantal concrete zaken, die hem aan het hart gelegen zijn.
De rode draad hierbij wordt gevormd door de tussen de regels door voelbare pijn bij de auteur om datgene waarin zowel de Here God als Israel tekort gedaan zijn door de kerk, wanneer deze de onderlinge en blijvende liefdesband tussen de Heer en zijn volk niet erkende dan wel in de coulissen van de dogmatiek, bijbelse theologie en belijdenis liet verdwijnen, en zichzelf daarvoor in de plaats stelde.

Deze persoonlijke betrokkenheid van de auteur bij de hierboven geschetste zaak die hem aan het hart gaat, maakt dit boek in mijn beleving tot een authentiek en sterk boek (en niet minder overigens door de sterke bijbels-theologische lijnen die getrokken worden).
Tegelijk schuilt hier ook wel eens de kwetsbaarheid van het werk. Juist deze passie van de auteur brengt hem er regelmatig toe om de zaak die in zijn ogen scheef gegroeid is, te benoemen. Doordat dit echter met grote regelmaat geschiedt, dreigt het risico van een overmaat aan herhaling.
Daarnaast zou de auteur her en der zijn betoog korter en bondiger hebben kunnen stellen, zonder dat dit aan de zaak afbreuk zou doen.
Soms komen in een alinea naast de hoofdlijn zoveel details voor (die de hoofdlijn willen ondersteunen), dat het moeilijk is om de hoofdlijn vast te houden – zo is althans mijn ervaring bij het lezen.
Naar mijn inzicht zou, door nog wat meer te focussen op de hoofdlijn (en het wat meer gericht weglaten van een aantal details) het boek nóg meer aan kracht winnen en bovendien voor de doorsnee lezer (nu toch zo’n 400 pagina’s) wat beknopter en behapbaarder zijn, en daarmee aantrekkelijker om ter hand te nemen.

Want dát is wat wij dit boek toewensen: dat het in kerkelijke kring in den brede gelezen en overdacht zal worden.
De gedrevenheid van de auteur en de zaak zelf zijn het meer dan waard!

PS Ten overvloede zij aangegeven dat bovenstaande een leeserváring vormt, en geen volledigheid claimt. Lang niet alle thema’s die in dit rijke boek zijn verwerkt, zijn hier aan bod gekomen.

Meer informatie over dit boek? Klik hier.