Home » Uncategorized » Hemel en aarde verbonden

Hemel en aarde verbonden

Gedachten bij Hemelvaart en Pinksteren vanuit Genesis en Openbaring

In deze meditatie wil ik proberen iets te zeggen over de hemelvaart van de Here Jezus en de gave van de Heilige Geest aan de hand van het scheppingsverhaal uit Genesis en het toekomstvisioen van Openbaring.

(De Vecht bij Vilsteren op zondag 9 mei)

Aan het begin van de Bijbel lezen we de welbekende regel:

’In den beginne schiep God de hemel en de aarde.’’

In het Jodendom is de vinger gelegd bij iets heel bijzonders in dit zinnetje, iets waar we gemakkelijk overheen lezen.
Men zegt: er had ook kunnen staan: ‘’In den beginne schiep God de hemel.’’ Punt. Met verder niets erbij.

Dat was misschien zelfs veel logischer geweest.
Dan had God zijn eigen ruimte geschapen, de hemel, waar Hij voor altijd in de eeuwige gelukzaligheid zou wonen, omringd door de engelen.
En daar had het bij kunnen blijven.
Geen aarde. Geen mensen.

Dat de openingszin van de Bijbel echter vérder gaat, is eigenlijk heel wonderlijk.
God besloot om ook, buiten zijn eigen hemel, een ruimte te scheppen.
De aardse ruimte. De ruimte ook voor de mens.
Staan we daar wel eens bij stil? Dat het helemaal niet zo vanzelfsprekend is, dat de aarde bestaat?

Joodse bijbelgeleerden zeggen: dat God de aarde schiep, betekende bovendien dat Hij zijn hemel een stuk terug moest trekken.
Om ruimte voor de aarde en de mens te maken.
Dat getuigt ten diepste van liefde.
Want liefde gunt de ander zijn eigen ruimte.
Liefde wil de ander zijn plaats niet ontnemen, en kent zijn eigen grens.

Dat is dan ook het bijbelse oergebod:
jezelf liefhebben en ruimte voor jezelf innemen mag zeker, maar je naaste moet je daarbij niet vergeten. Die verdient ook zijn ruimte.
Je zult je naaste liefhebben als jezelf.
Iets wat dus zijn oorsprong vindt hoe de Here God Zélf is.
Wat Hij op indrukwekkende wijze in praktijk bracht bij de schepping.

Precies hetzelfde gebeurt opnieuw, als Jezus ten hemel vaart.
Dan trekt ook Jezus Zich terug. Hij gaat naar de hemel.
Zo is het van meet af aan bedoeld.
Hij in de hemel, en de mens op de aarde.

Jezus kán Zich ook terugtrekken, want Hij heeft alles gedaan wat gedaan moest worden.
De relatie tussen hemel en aarde is hersteld.
Een relatie die stuk was gegaan, door de zonde, is weer intact.

Want hemel en aarde waren weliswaar twee ‘werelden’.
Maar ze waren niet bedoeld om los van elkaar te bestaan.
God zocht vanaf den beginne de relatie op!

Hoe? Door de Heilige Geest.
Die vormt de verbinding tussen de hemel en de aarde.
Tussen God en de mens.
We lezen in Genesis:

’De Geest van God zweefde over de wateren’’.

En de Geest zorgde ervoor dat er relatie kon zijn, tussen God en mens.
Zo kon de Here God ‘’in de wind’’ (je kunt ook vertalen: ‘’in de Geest, de ruach’’) wandelen in de Hof van Eden en contact hebben met de mens.
In de Geest was Hij verbonden.

We kennen het verhaal: die relatie ging stuk.
De mens gunde Gód diens ruimte niet. Hij wilde zélf als God zijn.
Over grenzen heengaan. De mens wilde álles.
Het werd echter zijn dood.

Maar Jezus kwam om alles te herstellen.
Het werd zíjn dood…
Maar… Hij stond op.
En toen zo alles weer goedgemaakt was, trok Hij Zich weer terug, in de hemel.
En kreeg de mens zijn ruimte op aarde helemaal terug.
Hebt u wel eens zó naar Hemelvaart gekeken?
Dat het een gebaar van goddelijke liefde is, ons onze ruimte weer gunnend?

Maar daarmee was alles niet ‘’af’’.
Nee, nu zou – net als bij de schepping – de relatie tussen hemel en aarde weer echt op gang moeten en kúnnen komen!
Want God hunkert naar een band van liefde met de mens.
Na Hemelvaart werd het Pinksteren.

En is de Geest wéér onder ons.
Ook nu weer: als een windvlaag – zo zei Jezus het al,
en zo gebeurde het ook op de Pinksterdag.
Net als in de Hof van Eden.

De Geest doorwaait ook uw hart.
Hij werkt ook in u en jou. In de ruimte waarin u/jij leeft.
Een ruimte die God jo(u) van harte gunt.
Waarvan Hij hoopt dat je die zult vullen.
Met hoe je bent, waar je van houdt. Waar je van geniet.

En tegelijk hoopt Hij dat je ook niet álle ruimte zult innemen.
Dat je ook ruimte laat voor de ander.
En voor Gods schepping.
Om de Hof te bewáren.
Om die prachtige ruimte waarin je mag leven, in stand te houden.
Om niet grenzeloos te leven.
Want bij een grenzeloos leven gaat er veel stuk.
De mens mag daarom leven volgens God gebod.

Een leven met volle teugen – de goede gaven Gods genieten.
Maar tegelijk ook een leven met mate – je grens kennen.
De ander tot zijn of haar recht laten komen.
Een leven uit liefde.

Zo is het bedoeld. Zo zal het blijven.
Ook tussen God en mens.
Zelfs als Jezus terugkomt, zal er zijn:
een nieuwe hemel en… een nieuwe aarde (Openbaring 21:1).

En, al zal God dan wél op aarde wonen, ook dan blijft gelden:
Hij neemt niet alle ruimte in.
Hij woont in een tent (Openbaring 21:3). Een bescheiden plaats.
Ook dan blijft God de mens zijn aardse ruimte van harte gunnen.

Maar Hij is wél aanwezig. Om te troosten. Om tranen af te wissen.
Om vreugde te schenken – voor eeuwig.

Wát een God hebben wij toch…!