Home » Uncategorized » Dienst op Betuwse bodem

Dienst op Betuwse bodem

De St. Lambertuskerk te Buren

Afgelopen zondag, 14 maart 2021, vervulde ik een preekbeurt in het Betuwse Buren. De St. Lambertuskerk met zijn prachtige Bätz-orgel is mij vertrouwd en lief, aangezien ik in deze streek mijn jeugd heb doorgebracht. En het blijft bijzonder om de dienst te leiden, terwijl mijn moeder, die daar al gedurende vele jaren organiste is, de begeleiding verzorgt. De begeleiding van de vier zangstemmen klinkt vanaf de piano, het koororgel en het hoofdorgel.

Hieronder kunt u de dienst desgewenst bekijken/beluisteren. Wel is het zo dat door technische problemen de dienst wat later begon, bij 14:38 in onderstaande video.



De preek is ook terug te lezen, hieronder:

Preek op zondag 14 maart 2021

Jozua 4:19-5:1, 10-12
Johannes 6: 1-15
Efeze 2:4-10

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Leven uit wat God je geeft – met dit thema zou je alle drie de lezingen van deze zondag aan kunnen duiden.
Leven uit wat God je geeft.

In het boek Jozua lazen we dat God er Zelf voor zorgde dat zijn volk Israël het Beloofde Land binnen kon trekken. Hij liet de Jordaan droogvallen. De barrière viel weg, en zij konden zomaar naar de overkant, onder leiding van Jozua, Yehoshua – ‘God redt’ betekent zijn naam.
Twaalf opgerichte herdenkingsstenen zouden deze plek markeren en aan deze goede zorg van God herinneren.

En, eenmaal aangekomen in het Beloofde Land, viel hen zomaar voedsel toe: zij konden eten van wat het land opbracht. Het stond als het ware voor hen klaar.
De Israëlieten vierden het Pesachfeest, voor het eerst weer na zoveel jaren.
Een kostbare herinnering aan de uittocht uit Egypte destijds.
En nu waren ze aangekomen, en daarom was het zeer gepast om God te danken.
Voor zijn trouwe zorg, al die jaren, ook via het manna, al die jaren.
Het manna hield nu op te vallen trouwens, want nu was er het gewas van het Beloofde Land dat hen toeviel.

De overeenkomsten met de lezing uit het Johannesevangelie zijn maar al te duidelijk:

  • We horen van Jezus, Yeshua, die nagenoeg dezelfde naam als Jozua draagt. Ook de naam Jezus betekent: God redt.
  • Twaalf discipelen heeft Hij bij Zich, evenals Jozua de leiding had over de twaalf stammen van Israël.
  • Ook Hij steekt met zijn discipelen een water over, en komt aan bij de overkant.
  • En daar, aan de overkant, valt het brood de scharen toe.
  • Maar liefst twaalf manden blijven er over. Ook dat doet weer aan Israël denken, de twaalf stammen, voor wie er brood genoeg was, aan de overkant in Kanaän.
  • En alsof het niet genoeg is, vertelt ook Johannes dat het Pesachfeest nabij was. Net als ten tijde van Jozua het Pesachfeest weer gevierd ging worden.

Kortom, ook bij Johannes is aan alles duidelijk: God zorgt ervoor dat het goed komt, daar aan de overkant, in het Beloofde Land.
Jezus, Jozua: God redt!

Je mag leven uit wat God je geeft.
Dat geldt voor Israël, de twaalf stammen, de twaalf stenen, de twaalf manden.
En ook wij, uit de volkeren, mogen daar in delen.

Dan zijn we bij Paulus, die zijn brief schreef aan de mensen in Efeze, in de volkerenwereld.

Heel die brief is geschreven vanuit het besef dat wij uit onszelf niet zomaar bij God zouden zijn aangekomen,
net als Israël niet zomaar zelf over de Jordaan was gekomen of door de Rode Zee heen,
of dat er voor al die mensen bij Jezus genoeg brood zou zijn geweest.

Paulus verwoordt dat ook heel duidelijk:

Hoewel wij dood waren door de overtredingen. (vers 5)

De overtredingen, naar God toe of naar de naaste toe, maakten dat, zo zegt Paulus, de mensen in Efeze  in feite niet konden delen in het leven met God.
Zij waren dood door hun overtredingen.

Maar: Paulus spreekt in de verleden tijd: dat alles ligt áchter jullie, mensen in Efeze!
Je bent aan de overkant gekomen. Je leeft wél!
Je bent in het gebied van God aangekomen!
Ondanks soms heel veel.

Het grote geheim:

Maar God, die rijk is aan erbarming,
heeft,
om zijn grote liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad,
ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen,
mede levend gemaakt met Christus
. (vers 5)

We halen er een paar woordjes uit:

God, die rijk is aan erbarming.
Erbarming, dat is dat kostbare bijbelse woord, dat eigenlijk een vrouwelijk woord is, omdat het gebaseerd is op de baarmoeder, de onderbuik, de plaats van verbondenheid tussen moeder en kind. Dat wordt hier voor God gebruikt. God, die als een moeder verbonden is met zijn mensenkinderen.
God, die rijk is aan erbarmen.
Wat een kostbaar beeld schetst Paulus hier van God.

En omdat Hij rijk is aan erbarmen heeft Hij – het zal ons niet verbazen –
een grote liefde.
En daarmee heeft Hij ons liefgehad.

Wat bedoelt Paulus hier?
Is Gods liefde verleden tijd? Heeft Hij ons liefgehad, maar nu niet langer?
Nee, Hij doelt op een heel bijzondere vorm van liefhebben, die in het verleden concreet is gebeurd.
Hij doelt op wat wij deze Veertigdagentijd gedenken:
de liefde van Christus, die tot in de dood ons mensen heeft liefgehad.
Die stierf aan het kruis, om onze zonden te verzoenen,
en in zijn opstanding, door de dood heen, voor ons de weg naar het leven, de overkant, opende.

God heeft ons met Christus méé opgewekt zegt Paulus:

Hij heeft ons mee opgewekt,
en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus
. (vers 6)

Dat Beloofde Land, die hemelse gewesten, zijn ook voor ons bereikbaar geworden.
In Christus Jezus.

Paulus onderstreept het nogmaals:

Het is een gave Gods. (vers 8)

Net zoals het brood in het Beloofde Land voor Israël een gave Gods was,
en het brood dat zich in Jezus’ handen vermenigvuldigde voor al die mensen een gave Gods was.

Het is goed om daar oog voor te hebben.
Want daar wil de tekst ons hebben: zien wij die gave?
Aanvaarden wij die dankbaar uit zijn hand?
Dan kun je die weer meenemen, de kerk uit, of, na afloop van de dienst, in je eigen huis het gewone leven weer oppakkend.
Een gave om mee te nemen, om uit te leven.

Dat benadrukt Paulus tenslotte:
want de gave  die God geeft, daar gaat ook hier over:

Zijn maaksel zijn wij –zegt hij– in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen. (vers 10)

We zijn in Christus Jezus opnieuw geschapen, daar stonden we net al bij stil, bij die kostbare gave van God.
Maar luister nog even naar het woordje dat Paulus hier gebruikt: maaksel. Gods maaksel.
In het Grieks staat er: poièma.
En dat duidt op een schepping, een creatie.
Een kunstwerk. Net zoals een schilderij een creatie is van een schilder,
zo zijn wij mensen door God en door Christus geschapen als kunstwerken.
Van het woord ‘’poièma’’ is trouwens ook ons woord ‘’gedicht’’ (poeem) afgeleid.
Een taalkunstwerk.
Wij mensen mogen dus naar onszelf kijken als kunstwerken,
we bezitten iets moois, iets kostbaars.
En dat mag gezien worden, dat mag tevoorschijn komen.

Zo zegt Paulus het ook: die gave van God, dat wij als kunstwerken gemaakt zijn, hebben als bedoeling:

om goede werken te doen. (vers 10)

We mogen, uit dankbaarheid om Gods goede gave van zijn genade, het goede trachten te doen.
De goede werken.
Ook wij hebben het vermogen gekregen om in ons leven dingen te laten voortkomen uit erbarmen en liefde voortkomt.
Dingen die je naaste goed doen.
Wij mogen dat gaan doen.

Best kans, nu ik dat zeg, dat we hier toch een beetje schrikken. Zo van: o, nu moeten we dit en dat gaan doen. Dat het ineens voelt als een opgave, en je weet niet of je het wel kunt, of wilt.
En wat als het mislukt?

Lees dan eens wat er staat:

Die goede werken heeft Gód tevoren bereid, opdat wij daarin zouden wandelen. (vers 10)

Gód heeft ook die goede werken tevoren bereid.
Het ligt al klaar, in ons en om ons heen, om te doen, om uit te leven.
Net als die akkers in Kanaän, en het brood in Jezus’ handen: ís het goede er al.
Dat hoeven wij gelukkig niet te scheppen.
God heeft er voor gezorgd dat het er is.
Dat het te doen is.
Het woordje ‘’wandelen’’ wordtdan ook gebruikt. En zoals u weet, ook vast en zeker in deze coronatijd, wandelen is iets ontspannends. Kalm aan, stap voor stap, en je komt er vanzelf. Je kunt er zelfs van genieten, want het hoeft allemaal niet gehaast, en je kunt om je heen kijken, naar de natuur, naar het leven. Het moois dat er gewoon ís.
Je hebt het allemaal niet zelf gemaakt, maar het is er, je mag er oog voor hebben en van genieten.


Wandelen, dat mogen wij ook in de goede werken, die God al heeft klaargelegd, en die wij verder op kunnen pakken.

Misschien zijn het wel hele gewone dingen, die wij al te gewoon vinden, maar het in wezen niet zijn.

Hoe dan ook, dat is de boodschap, het thema van bij Paulus, bij Jozua en bij Jezus:

Leven uit wat God je geeft.

Dat mogen we in de nieuwbegonnen week weer gaan doen, met nieuwe zin en nieuwe inspiratie.

Zoals de Psalm (Psalm 65:5) het zingt:

Gij komt het dorre land doorschrijden
met water uit uw beek
en tot een rijke oogst bereiden
.

Alles wat dor en droog kan zijn: God doorwandelt het,

Uw voetstap maakt het week.

Wij mogen Hem volgen op die wandeling.
En zo kan er ook in onze levens een rijke oogst zijn.

Zo wordt het brood voor ons geboren,
waar Gij zijt voorgegaan.

Lof zij U, Christus, in eeuwigheid.

Amen.

Meer preken en bijbeluitleg vindt u op: www.bartsbijbel.blog