Home » Uncategorized » Couperiaans gedicht

Couperiaans gedicht

Onlangs kocht ik een werkje van Louis Couperus, getiteld: ‘Antiek Toerisme’.
Het beschrijft de reis van een Romein door het oude Egypte.

Couperus opent met een magistrale beschrijving van het door de nacht voorglijdende schip, over een stille zee, en onder een indrukwekkende sterrenhemel.

Couperus, die bekend stond om zijn nieuwbedachte woorden, gebruikte ook hier zo’n neologisme voor het nachtelijk zwerk:

‘stardoorpoeierde lucht’

Wat een prachtige uitdrukking!
Alsof een Hand met een bus poedersuiker de sterren kwistig rondstrooide door de onmetelijke ruimten van het heelal.
Van mij mogen ze die uitdrukking, mocht er ooit een nieuwe psalmberijming komen, zo overnemen voor bijvoorbeeld Psalm 8 of 19.

Hoe dan ook, dit woordje bleef bij mij hangen.
En toen ik in het Palthebos onze wei aan het maaien was, en het licht van de avondzon prachtig door de bomen scheen, verschenen er in mijn hoofd een paar soortgelijke vreemde woorden.

Bij wijze van grapje maakte ik toen onderstaand gedichtje: