Home » Uncategorized » Over een Oude Dame en een Koningin

Over een Oude Dame en een Koningin

Mijn eerste gedachte was dat dit niet kon: een kerk in brand.
Misschien wel in de Middeleeuwen.
‘t Parijs van toen.
Luidende klokken, mensenrijen met emmers.
En ergens tussen de vuurtongen de lange lokken van de rondwarende Quasimodo.

Maar nu beleefden we het anno 2019.
De Notre Dame…
Onze vrouwe, die stokoude dame.
Zij, die zovele eeuwen de tand des tijds heeft doorstaan…
En dan niet een kleine brand, maar een die de gehele kathedraal in zijn gloeiende greep nam.
Huiveringwekkende beelden van die Oude Dame in het duister, gehuld in die oranjerode gloed.

De mensen op straat – zich ontheemd voelend.
Want het was niet zomaar hout en steen wat daar verging,
maar een Godshuis.
Een plaats waar eeuwenlang gezongen en gebeden is.
Waar Gods Woord openging.

De spontane liederen en gezangen op straat drukten het verdriet uit.
Zoals Israël zich gevoeld moet hebben, toen eens haar tempel werd verwoest.
Aangrijpend.
En dan die collega-kerk, die klaaglijk haar klokken liet beieren,
machteloos, maar vol verbondenheid met die Oude Dame.
Het ging door merg en been.

Wat voor mij nog het meest aangrijpend was:
de gedachte dat nu het orgel weg was.
Dat prachtige instrument van Cavaillé-Coll.
De Koningin der instrumenten.
Reeds zovele jaren daar hangend in de kerk,
gedragen door die Oude Dame.
De lofzang gaande houdend!

Ik moest er niet aan denken:
het houtwerk verbrand,
die heldere pijpen voorgoed gesmolten…

Maar dan… een dag later.
Een bericht:

”Befaamd orgel van de Notre Dame lijkt brand te hebben doorstaan”

Opnieuw wreef ik mijn ogen uit.
Ook dit kon niet waar zijn.
En toch: het lijkt er alleszins op.
Geen vlammentong heeft aan het hout gelikt.
Geen pijp is gesmolten.
Geen druppel bluswater heeft het instrument schade toegebracht.

Wat een wonder!

In de Stille Week gaan dan allerlei teksten door het hoofd.
Over een tempel die afgebroken wordt.
Maar ook weer opgebouwd.
Beelden van opstanding.
Een Koningin die in alles ongeschonden is gebleven.
Die haar heldere stem -hier- opnieuw zal laten klinken.

Want één ding is zeker: deze kerk zal herbouwd worden.
Ontheemden komen weer thuis.
En net als in Elia’s dagen, toen, dwars tegen godsdienstige afbraak in, 7.000 getrouwen waren overgebleven,
zal ook hier de lofzang voor God eens weer klinken door de gewelven.
Gedragen door 7.000 ongeschonden orgelpijpen.

Een Oude Dame die zich weer opricht.
Met haar koor gericht op Jeruzalem.
Waar eens de nieuwe Godsstad voorgoed zal neerdalen.