Home » Uncategorized » Bijdrage aan meningsvorming rond Jeruzalem

Bijdrage aan meningsvorming rond Jeruzalem

jeruzalem-muurDe afgelopen weken was er veel te doen rondom Jeruzalem.
Er werd een VN-resolutie aangenomen door 151 landen (waaronder ook Nederland), waarin de wezenlijke historische, godsdienstige en nationale band tussen Israël en Jeruzalem met zijn heilige plaatsen (inclusief de Tempelberg) niet werd benoemd, maar waarin dit wel naar Arabische en moslimzijde geschiedde. Zo werd de naam ”Haram-al-Sharif” voor het moslimheiligdom op de Tempelberg wél genoemd; een klein voorbeeld van deze in mijn ogen onnodige en bovendien scheve resolutie, in een reeks van eenzijdig tegen Israël gerichte resoluties trouwens.

En een week later was daar het besluit van president Trump om de Amerikaanse ambassade daadwerkelijk terug te verplaatsen naar Jeruzalem, in lijn met een besluit dat in Amerika reeds veel eerder genomen is (1995) om Jeruzalem als Israëls hoofdstad te erkennen (maar waarbij een verplaatsing van de ambassade om verschillende redenen altijd uitgesteld is).
Voor dit besluit valt maar weinig bijval te beluisteren.
Daarbij lijkt overigens wel vergeten dat tot 1980 vele landen (waaronder ook Nederland) hun ambassades gewoon in Jeruzalem hadden staan.

Kortom, ik stel vast dat er in de wereld politiek gezien momenteel maar weinig begrip bestaat voor de optie om Jeruzalem te beschouwen als Israëls hoofdstad.

Als christen en predikant voel ik me daarom genoopt hier op zijn minst een paar andere feiten naast te leggen, die mijns inziens in het publieke debat weinig of niet naar voren komen, en daardoor leiden tot huidige veelal eenzijdige – en Israël m.i. geen recht doende – beeldvorming.

Overwegingen om Jeruzalem wél als Israëls hoofdstad te beschouwen:

1. De staat Israël zélf beschouwt de stad als haar hoofdstad.

2. Van oudsher heeft Jeruzalem die rol gehad.

3. In het jaar 70 werd de stad door de Romeinen verwoest, en ook daarna werden de Joden voor een groot deel hun land uitgejaagd.

4. Sindsdien is de stad in handen geweest van vele volken en rijken.

5. In 1922 vaardigde de Volkerenbond haar (overigens nooit ongeldig verklaarde) mandaat uit waarin een Joods Nationaal Tehuis werd toegewezen aan het Joodse volk. Dit gebied omvatte het huidige Israël (inclusief de omstreden gebieden) alsook het gebied dat we nu kennen als het land Jordanië. De grenzen liepen dus tot aan de oostgrens van Jordanië.

Het oorspronkelijk toegezegde Joods Nationaal Tehuis (donkerrood):

1922

 

 

 

 

 

 

 

 

6. Aan dit mandaat is echter niet vastgehouden. In de praktijk is 76,9% afgehaald van het oorspronkelijk aan de Joden toegezegde gebied. In dit grote gebied van Trans-Jordanië werd het toen voor Joden verboden om te wonen.

7. Uit dit gebied Trans-Jordanië kwam de staat Jordanië op. In dit grote land wonen zeer vele Palestijnen. Om die reden wordt Jordanië door sommigen dan ook wel als een palestijnse staat beschouwd.

8. De resterende 23,1% van het oorspronkelijk toegezegde gebied kwam ook niet ten volle aan de Joden toe. Het door de VN gemaakte verdelingsplan van 1947 wees de Joden uiteindelijk slechts 15% toe van het oorspronkelijk toegezegde gebied. Het overige gebied zou Arabisch grondgebied worden. Het plaatje voor het Joodse volk kwam er in 1947 als volgt uit te zien (oranje voor de Joden, geel voor de Palestijnen):

19479. Hierbij bepaalde de VN voor Jeruzalem een status aparte. De stad zou noch van de Joden, noch van de Arabieren zijn, maar zou onder internationaal toezicht komen te staan.

10. Ondanks de voor het Joodse volk marginale aspecten van deze ontwikkelingen, ging men akkoord. Van Arabische zijde werd dit alles met kracht verworpen. Men wilde álles.

11. Vele Arabische landen verklaarden de jonge en kwetsbare staat Israël de oorlog. Israël won deze oorlog echter, en kreeg daarbij o.a. het gebied in handen dat nu bekend staat als ”West-Jeruzalem”.
Jordanië kreeg o.a. het gebied in handen dat bekend staat als ”Oost-Jeruzalem”.

12. Ook al leidde deze oorlog tot een grote Arabische en Joodse vluchtelingenstroom, kan niet ontkend worden dat in heel Jeruzalem (en Israël) Arabieren gewoon mochten blijven wonen, en zij hun recht van godsdienstuitoefening behielden, tot op de dag van vandaag.
In Oost-Jeruzalem werden alle Joden verdreven, hun synagoges verwoest en hun graven onteerd.

13. In 1967 werd er opnieuw een verdedigingsoorlog tegen een Arabische overmacht door Israël gewonnen. Daarbij viel ook o.a ”Oost-Jeruzalem”, inclusief de Tempelberg, in Joodse handen.

14. Ondanks dat de Tempelberg voor Joden de meest heilige plaats vormt, werd het beheer over deze plaats overgedragen aan de Arabieren.
Onder dit beheer is het Joden verboden op de Tempelberg te bidden.
Onder het Joodse beheer over Jeruzalem is het overigens – zie het besluit over de Tempelberg – gegarandeerd aan moslims en ieder geloof om de godsdienst uit te oefenen.

15. Vastgesteld kan dus worden dat Israël Jeruzalem in handen kreeg na twee gewonnen verdedigingsoorlogen. Volgens internationaal recht (een term die wel veel gebruikt wordt tégen Israël, maar die hier weinig of niet wordt toegepast) is het legitiem voor een land dat is aangevallen, om in een dergelijke gewonnen verdedigingsoorlog het eventueel toegevallen gebied te behouden.

16. Overigens heeft Israël nagenoeg alle veroverde gebied (zoals de Sinaï-woestijn) waar mogelijk in ruil voor vrede terug geschonken aan de oorspronkelijke bezitter.

17. Voor Jeruzalem bestond deze mogelijkheid van terug schenken niet, want het behoorde aan geen enkele natie.
Jordanië hield het onrechtmatig bezet, en kon er geen enkele aanspraak op maken.
En vóór 1967 behoorde het ook in feite aan niemand. De Arabieren hadden immers het in het Verdelingsplan van 1947 voorgestelde idee van de Palestijnse staat verworpen, en waren oorlog gestart. Er was dus geen andere staat aan wie deze stad of het stadsdeel toebehoorde.

18. Formeel gezien behoorde Jeruzalem dus aan ‘niemand’ en vanuit internationaal recht gezien kun je in ieder geval niet zomaar zeggen dat Israël onrechtmatig handelt door de stad in bezit te houden, en uit te roepen tot hoofdstad.

19. Overigens is van Israelische zijde ook altijd de optie opengehouden om een definitieve regeling rond de stad inzet te laten zijn van onderhandelingen. De mislukte Camp David akkoorden vormen een voorbeeld van hoever Israël wilde gaan.

Conclusie uit dit alles: er zitten meer kanten aan de zaak, dan die we vaak via de media vernemen, waarbij het veel te kort door de bocht is om Israël voortdurend als ‘bad guy’ af te schilderen of Israël het recht te ontzeggen Jeruzalem zijn hoofdstad te mogen noemen.
Ik hoop daarom dat bovenstaande punten wat meer begrip voor Israëls kant van de zaak opleveren.

Daarnaast stellen we vast dat Jeruzalem een steen is die maar moeilijk te heffen is voor de volkeren.
Laten we hopen en bidden dat er eens vrede mag komen.

Naar mijn mening zal die vrede er komen, en staat deze niet los van een (h)erkenning komt onder de volkeren jegens Israëls God.
Dit lijkt nu zeer ver weg.
Toch opent de profeet Jesaja machtige vensters op deze optie.
Op mijn bijbelblog bespreek ik deze profetie nader.

In ieder geval biedt deze profetie reden om iedere weg tot vrede open te houden en ernaar te blijven zoeken.
Respect voor elkaar vormt hier een belangrijk onderdeel van.
Naar mijn mening heeft Israël ook recht op dit respect.

Moge de Messias eens de vrede schenken over Jeruzalem, en alle volken op aarde.

P.S. Een boeiende link vormt overigens de visie van universitair hoofddocent  (Universiteit Utrecht) dr. Matthijs de Blois.